Getuigenissen

(Alle namen zijn gefingeerd)

 

 

Armand is een jonge man van achter in de twintig. Hij is als kind gedoopt in de Armeens Apostolische kerk en in dat geloof opgevoed, maar doet er niet veel aan. Hij blijkt een sterke hang naar het spirituele te hebben. Is van jongs af aan vaak depressief. Heeft daarvoor hulp gezocht bij een genezeres in Amsterdam, een sjamaan, die tot Jezus bidt en de aartsengel Michael aanroept en met ‘christusenergie’ en ayahuasca werkt. Dat is

“Ik wil graag wat over mijn verleden vertellen. Ik ben meer dan twintig jaar in het occulte wereldje bezig geweest. Mijn lijfspreuk was: ‘Onderzoek alles en behoud het goede.’ Ik ben in de loop der jaren lid geweest van verschillende kerken, maar het occulte bleef trekken.

De laatste jaren ben ik lid geweest van een spiritistische vereniging, maar later bezocht ik ook het Leger des Heils. Ik kwam steeds dichter bij de Heer te staan en heb het lidmaatschap van de spiritistische vereniging opgezegd. Op een zondagochtend ben ik naar een morgendienst over bevrijdingspastoraat in een Evangeliegemeente in mijn woonplaats gegaan.

Schoon schip maken in je leven, dat is bevrijdend. Daarvan getuigt Herman.

Ik liet me vaak overspoelen door de omstandigheden en kreeg meer en meer last van spanningen en vervolgens angsten. En daarbij had ik de ervaring dat de reguliere therapieën en trajecten in mijn geval niet echt hielpen. Ook had ik het gevoel dat ik onder de maat leefde, niet dicht bij de Heere. Zelf blijven worstelen. Niet de problemen neerleggen bij de Heere in gebed en bijbellezen. Zelf mijn last telkens weer opnemen en doorploeteren. Ik kon dat bevrijdende niet ervaren, dat leven vanuit de vergeving en verlossing, die ontspanning. Daarom heb ik ervoor gekozen om schoon schip te maken. Ik heb daarvoor het hele traject doorlopen. Het was heel fijn dat mijn vrouw er telkens ook bij kon zijn.

Gaby

Als ik terugkijk op mijn leven heb ik altijd geweten dat God er voor mij was. Ondanks dat ik mij vaak eenzaam voelde, was ik nooit alleen. Ik groeide op in een getekende familie waarin heel wat taboes waren. Er was veel leed, pijn, onbegrip, verdriet. Er was weinig liefde. Tot mijn negende woonde ik bij mijn oma en ging mijn leven redelijk goed. 

Peter groeit op in een traditioneel streng christelijke omgeving. Hij gaat naar de christelijke school en trouw elke zondag naar de kerk. Als hij op z’n zevende een boodschap doet voor z’n moeder, en in de winkel komt te vallen, komt er ineens een grove vloek uit z’n mond. Hij schrikt er zelf van en schaamt zich diep, want de winkel staat vol met christelijke mensen. Maar dat wil niet zeggen dat hij zo’n brave jongen is. Al vanaf zijn kleutertijd heeft Peter last van agressie,