Dit is een hoofdstuk uit Je bent meer dan je brein, door Jenö Sebök

 

De overeenkomsten tussen hypnose en demonische gebondenheid zijn verbluffend. Iemand die demonisch gebonden is vertoont soms gedrag dat te vergelijken is met posthypnotisch gedrag. D.w.z. gedrag dat onder hypnose is opgedragen voor later; gedrag dat niet overeenkomt met zijn karakter. Bijvoorbeeld stelen of pesten, lelijke dingen doen of zeggen tegen een geliefde. Dat zou kunnen verklaren dat iemand bij wie de demon die verantwoordelijk is voor dat gedrag is uitgedreven, soms toch weer eens terugvalt in z’n oude kwaal.

 

Zoals een hypnotiseur iemand met pleinvrees kan suggereren dat hij helemaal niet meer bang is voor mensen, zo kan een kwaadwillige hypnotiseur een gezond iemand onder hypnose wijsmaken dat hij het benauwd krijgt als hij meer dan vijf mensen bij elkaar ziet. Een satanistische hypnotiseur

kan iemand onder hypnose zo programmeren dat hij telkens misselijk wordt als hij de naam van Jezus hoort, ook kan hij hem een afschuw voor het kruis aanpraten.

Maar niet alleen posthypnotisch gedrag kan lijken op gebondenheid; het gedrag van iemand die in een hypnotische trance is kan ook sterk lijken op iemand die door demonen wordt beheerst. Een diepe hypnotische trance en de toestand van iemand die door demonen wordt overheerst of bezeten, noemt men niet voor niets allebei somnambulisme[1]. Als Elze[2] in trance was (daar was wel een trigger voor nodig) leek dat dikwijls sterk op somnambulisme. Zij kon dan zeer levendige herbelevingen krijgen van haar trauma’s doordat zij als kind herhaaldelijk seksueel misbruikt is. Ook kon ze compleet verstijven, een ‘kunstje’ dat podium-hypnotiseurs graag voor hun publiek vertonen. Ze was ook een keer tijdelijk doof, en ook dat kan een hypnotiseur programmeren.

 

Hoe werkt hypnose eigenlijk?[3]

De menselijke psyche zetelt in het brein. Het bevat het denkvermogen en de gevoelens. De psyche kunnen we voorstellen als een ijsberg. Het gedeelte boven water is het bewuste, het onderwaterdeel is het onbewuste. Het bewuste bevat vooral de rede (het denkvermogen) en de gevoelens waarvan we ons bewust zijn. Het onbewuste bevat mede dat deel van onze emoties die we onszelf niet bewust zijn. Tussen het bewuste en het onbewuste bevindt zich de overgangszone: het onderbewuste (ook wel het voorbewuste genoemd). In werkelijkheid zijn er geen scherpe grenzen, maar gaat het bewuste geleidelijk over, via het onderbewuste in het onbewuste. (Dikwijls spreekt men van onderbewuste als men onbewuste bedoelt.) In die overgangszone bevindt zich een ‘kritische beoordelaar’ een soort sluiswachter of geweten, die suggesties kan tegenhouden die niet met zijn overtuiging of geweten overeenkomen.

Alle functies van het lichaam worden vanuit de psyche gestuurd. Dus ook het menselijke gedrag. Ons denken en onze emoties zijn bepalend voor ons gedrag. Als we ons gedrag willen veranderen, zullen we eerst ons denken moeten veranderen en met dat denken onze emoties beheersen. Maar ons gedrag is grotendeels onbewust, zonder dat er een bewust denkproces aan te pas komt. Als een hypnotiseur mijn gedrag wil veranderen moet hij eerst mijn verstand uitschakelen of minstens op een laag pitje zetten. Dat is essentieel. Meestal werkt de gehypnotiseerde hierin mee. Als hij niet meewerkt lukt het niet om hem onder hypnose te krijgen. Het is dus belangrijk dat ik mijn denken uitschakel, precies zoals bij diverse oosterse meditatietechnieken. De hypnotiseur helpt me in dit proces, door me op z’n gemak te stellen en te suggereren dat ik moe ben en wil slapen. Hiervoor kan hij een visueel hulpmiddel gebruiken, zoals een pendule waarnaar ik moet kijken. Het kritieke punt in de hele methode is de vraag of ik inderdaad zal ophouden met bewust denken. Wanneer ik eenmaal onder hypnose ben (dit kan variëren van een lichte slaapachtige toestand tot een diepe trance) dan kan de hypnotiseur rechtstreeks tot mijn onbewuste spreken; m’n ‘sluiswachter’ is grotendeels uitgeschakeld. Ik neem alles wat de hypnotiseur nu tegen me zegt voor zoete koek aan, ik geloof alles en denk dat het m’n eigen gedachten zijn.

Zoals gezegd, veel dingen die we doen, doen we automatisch, zonder erbij na te denken. Zij worden bestuurd vanuit ons onbewuste. Dat onbewuste kan onder hypnose geprogrammeerd worden. Als de hypnotiseur zegt dat je het koud hebt, geloof je het en begint te rillen. Als hij zegt dat je jeuk op je rug hebt, probeer je daar te krabben, en als hij zegt dat je migraine over is, dan voel je ook geen migraine meer. Zelf als hij zegt dat je er niets van voelt en helemaal niet bang zult zijn als je morgen naar de tandarts gaat, dan kan die tandarts zonder verdoving boren en trekken zonder dat je het erg vindt.

Als ik me dus laat hypnotiseren moet ik de hypnotiseur mijn vertrouwen schenken; ik draag mijn geweten en mijn wil vrijwillig over aan de hypnotiseur. (Dit is slechts tot op zekere hoogte waar, het geweten laat zich nooit helemaal uitschakelen.) Dat betekent dat mijn lichaam en mijn gedrag niet langer door mijn ik bestuurd worden, maar door de hypnotiseur. Bij een lichte hypnose is dat in geringe mate, maar het kan ook in ernstige mate zijn, bij een diepe hypnose. In dat geval is de hypnotiseur als het ware mijn ‘ik’ geworden.

Mijn ‘ik’ dat is mijn geest. Mijn geest bestuurde mijn lichaam en mijn gedrag via mijn psyche. Nu is het de hypnotiseur geworden. Zijn geest heeft de rol van mijn geest overgenomen. Ik ben niet meer mijn eigen baas. Zijn geest werkt via zijn psyche en stem, maar kan ook rechtstreeks d.m.v. telepathie werken, dat komt geregeld voor bij hypnose.

Maar als de geest van de hypnotiseur mij gedeeltelijk of geheel kan overnemen, kunnen boze geesten dat dan misschien ook? Als de geest van de hypnotiseur mijn wil zelfs kan besturen door middel van telepathie, dan moeten kwade geesten dat ook kunnen. Maar als de hypnotiseur mijn toestemming en medewerking nodig heeft, dan geldt dat zeker ook voor boze geesten. Behalve mijn medewerking gebruikt de hypnotiseur suggestie om mij zo ver te krijgen. Die suggesties bestaan gedeeltelijk uit waarheid, om m’n vertrouwen te winnen, maar voor het grootste deel uit onwaarheden. Als hij zegt dat ik het warm heb, dan liegt hij, maar ik geloof hem wel en begin te zweten.

Hoe geef je boze geesten toestemming om je psyche over te nemen? In het bevrjidings­pastoraat spreekt men meestal van rechten. Door bepaalde daden geef je boze geesten het recht om je psyche te beïnvloeden. Meestal is dat door met occulte zaken bezig te zijn, zoals glaasje draaien, spiritisten raadplegen, enz. Je kunt bovendien ook meewerken. Dat doen spiritisten en waarzeggers die op allerlei manieren (dans, extase, drugs) een trance opwekken waarin een geest hen dan kan overnemen. Tijdens de trance slaapt de ‘sluiswachter’ namelijk, en daar maakt de hypnotiseur gebruik van, maar boze geesten kunnen daar ook gebruik van maken.

Het kan weleens gebeuren dat een confident tijdens een bevrijdingssessie ineens zichzelf niet meer is. Hij zegt en doet dingen die niet van hem zijn. Op zo’n moment heeft een boze geest de controle overgenomen. Hij bevindt zich in een toestand van somnambulisme. Dit is te vergelijken met de hypnotische trance. Op dat moment heeft de pastoraal werker rechtstreeks contact met een geest. De geest manifesteert zich. Hij blijkt in te wonen.

 

Posthypnotische suggesties

Iemand kan ook gebonden zijn zonder dat de geesten zich manifesteren. Het kan zijn dat ze zich schuil houden, maar ook dat zij helemaal niet inwonen, maar hun slachtoffer vroeger een aantal opdrachten hebben gegeven die als een posthypnotisch programma werken. Dat is een suggestie die de hypnotiseur geeft welke doorwerkt nadat de gehypnotiseerde weer ontwaakt is uit zijn trance. Het wordt gebruikt om iemand van pleinvrees of stotteren of een rookverslaving af te helpen. De cliënt wordt dan onder hypnose gesuggereerd dat hij een sigaretje vies vind, de rook vindt stinken en helemaal geen trek meer heeft in een sigaret.

 

Zo geeft de wetenschap van de hypnose ons inzicht in hoe demonische gebondenheid werkt. Dat betekent dat hypnose geen ongevaarlijk bedrijf is. Wanneer iemand in een hypnotische trance is, staat zijn onderbewuste niet alleen open voor de suggesties van de hypnotiseur, maar ook van rondzwervende demonen. Het is al verdacht dat je om in een hypnotische trance te geraken je verstand zoveel mogelijk op nul moet zetten. Dat is ook een vereiste bij veel oosterse meditatietechnieken. Je komt dan in een veranderde staat van bewustzijn waarin ‘kosmische krachten’ (lees: demonen) je onderbewustzijn kunnen binnendringen en besturen. Hypnose is dus evengoed een risicofactor als glaasje draaien of yoga.

 

Toverbanden

Toverbanden lijken ook sterk op een posthypnotische suggestie. Toverbanden hebben met manipulatie te maken. Dikwijls gaat het om iemand die bij je in een gezagspositie staat. Hij maakt vreselijk misbruik van zijn gezag en laat je geen persoonlijke vrijheid. Het kan gaan om een ouder, voogd, werkgever, voorganger of sekteleider, of ook wel om een (huwelijks)partner. Je bent in de ban van die persoon. De band kan soms lijken op hevige verliefdheid, maar is dat beslist niet. Degene die je in zijn ban heeft is meestal zelf gebonden door een boze geest. Of hij heeft iemand ingeschakeld om je te betoveren. Dat gebeurt nogal eens in een land als Suriname. Iemand is verliefd op een meisje dat zijn avances niet beantwoordt. Door middel van toverbanden bindt hij dat meisje dan aan zich. Die toverbanden lijken heel sterk op posthypnotische bindingen. In plaats van naar een bonoeman te gaan, had de verliefde man ook naar een hypnotiseur kunnen gaan. Vooropgesteld dat het meisje zich zou willen laten hypnotiseren. De hypnotiseur maakt het meisje dan wijs dat zij hevig verliefd is op die man en dat ze hem heel onderdanig moet zijn, dat ze hem altijd zijn zin moet geven en nooit met hem breken. Wanneer ze dat toch zou proberen, wordt zij ziek van liefdes­verdriet. Het resultaat is een diepongelukkige relatie die ze niet verbreken kan.

 

Maken satanisten misschien ook gebruik van deze techniek in een of andere vorm, wanneer zij hun slachtoffers programmeren om bijvoorbeeld tijdens Halloween en de Walpurgnisnacht hun satanische vieringen op te zoeken? Ook al zijn hun slachtoffers in therapie en bevinden zij zich misschien vrijwillig op de gesloten afdeling van een psychiatrische inrichting, rond zulke dagen ervaren zij een enorme onrust en drang om de vieringen bij te wonen.

 

Heeft de sekteleider die zijn volgelingen in de ban heeft hen gehypnotiseerd? Hoogst­waarschijnlijk niet op de klassieke manier door zijn cliënt met zijn medewerking in een hypnotische trance te brengen. Sekteleiders die hun leden in de ban hebben, zullen waarschijnlijk niet de hypnotische techniek gebruiken om hun leden in trance aan zich en hun leer te binden. Maar langdurig contact met hen en de sfeer tijdens de diensten kan bij bepaalde suggestibele (goedgelovige, licht beïnvloedbare) mensen waarschijnlijk leiden tot een bewustzijnsvernauwing, waardoor, net als bij hypnose, het kritisch denken wordt uitgeschakeld. Vooral wanneer de boodschap voortdurend herhaald wordt, gaat dat als een hersenspoeling werken. Herhaaldelijke hersenspoeling heeft dan dezelfde uitwerking als een posthypnotische suggestie. Zij lijken wel betoverd.

 

Zo gebruikt, heeft hypnose veel weg van magie. In het oude Egypte en Griekenland werd hypnose al gebruikt door priesters om mensen te genezen of te betoveren. Misschien gebruikten zij andere technieken dan onze hypnotiseurs om bij hun patiënten de vereiste bewustzijnsvernauwing te bereiken, maar de resultaten waren hetzelfde. Als Paulus in de Galatenbrief verzucht: “O, onverstandige Galaten, wie heeft u betoverd,” (NBG51), vertaalt de NBV “wie heeft u in zijn ban gekregen?” en de Willibrord vertaling met “wie heeft u behekst?” Men had bijna kunnen vertalen met “wie heeft u gehypnotiseerd?”

 

Therapie

Betekent dit nu dat iemand die demonisch gebonden is door middel van hypnose bevrijd (gedeprogrammeerd) kan worden? Als het om inwonende geesten gaat niet, lijkt me. Mogelijk kun je tijdens de hypnotische trance wel contact hebben met de geesten, maar die laten zich niet zomaar door een hypnotiseur wegsturen. Zij gaan slechts weg op een bevel in de naam van Jezus. En zo’n bevel heeft alleen kracht als degene die dat bevel geeft in de autoriteit van Jezus staat.

Maar misschien lukt het wel om iemand onder hypnose te bevrijden van een fobie, of een dwangneurose die door demonen is ingegeven, een neurose die als ‘posthypnotische’ suggestie is blijven bestaan nadat de verantwoordelijke geest is uitgedreven. Soms lijkt de confident toch nog niet vrij te zijn van zijn ‘dwangneurose’ nadat er duidelijk een of meer geesten zijn weggestuurd. Kan het zijn dat die vervelende gewoonte of eigenschap, waar hij juist van af wilde, als posthypnotische suggestie is blijven bestaan in zijn brein? In dat geval zou hij er in theorie met hypnotherapie van bevrijd kunnen worden. Maar hypnotherapie is in zo’n geval sterk af te raden, omdat je dan het risico loopt dat de demonen die juist uitgedreven waren, hun kans schoon zien en van de hypnotische trance gebruik maken om terug te keren.

Toch kan ik me voorstellen dat sommige mensen die eerder ‘te vergeefs’ om bevrijding hebben laten bidden, later door een hypnotiseur van hun obsessie genezen zijn. Met een grote kans dat er andere klachten voor in de plaats gekomen zijn.

Er is toch hoop voor deze mensen, zij kunnen ook zonder hypnose bevrijd worden. P.J. Hanssen schrijft in zijn boek Hypnose in de praktijk dat een posthypnotische suggestie zonder hypnose kan worden verwijderd door herhaalde tegensuggesties. Die tegensuggesties moet je dan wel lang volhouden. Hij geeft het voorbeeld van een jongen die hij onder hypnose van stotteren had afgeholpen. Na een aantal maanden begon hij toch weer te stotteren. Dat kwam doordat z’n klasgenootjes telkens tegen hem zeiden: Piet, st-t-t-t-stotter nog eens.

Ook in het geval dat iemand los wil komen uit een sekte werkt deze methode van deprogrammeren. En ze werkt waarschijnlijk ook bij iemand die in een satanische cult geprogrammeerd is om bij het horen van de naam van Jezus misselijk te worden en rond Halloween de sekte op te zoeken.

 

 

[1] De toestand waarin iemand slaapwandelt

[2] De hoofdpersoon uit het boek Vertrouw op Mij en Ik zal je vrede geven, door Jan Minderhoud en Jenö Sebök

[3] Hiervoor is vooral gebruik gemaakt van het boek van P.J. Hanssen, Hypnose in de praktijk